Uitzicht over zee vanaf pier

Informatie over suïcidepreventie

Suïcidepogingen leiden jaarlijks tot 1500 doden, 15.000 behandelingen op de spoedeisende hulp en 9000 ziekenhuisopnamen. Dit heeft grote gevolgen voor alle betrokkenen.

Voor hulpverleners

Dit gedeelte van de website is speciaal bedoeld voor alle mensen die vanuit hun beroep met suïcidaliteit te maken krijgen, hebben of hebben gehad. Zoals artsen, hulpverleners, docenten, maatschappelijk werkers en dominees. Voor het gemak gebruiken we op deze website voor al deze mensen de term ‘hulpverlener’. Je vindt hier allerlei informatie over het onderwerp, naast tips en adviezen.

Bespreekbaar maken

Het belangrijkste is: maak suïcide bespreekbaar. Hieronder staat beschreven wat je kunt doen als je als hulpverlener in aanraking komt met suïcidaliteit.

Suïcidepreventieprogramma

Lentis is in 2012 gestart met een breed suïcidepreventieprogramma. We willen beschikbaar zijn voor mensen die suïcide overwegen, voor hun naasten en voor nabestaanden. Bekijk daarom ook ons aanbod op het gebied van preventie. Voor vragen en informatie kun je mailen.

Bronnen: CBS, RIVM

De cijfers

  • Wereldwijd worden er naar schatting 1 miljoen suïcides per jaar gepleegd. Het aantal pogingen ligt waarschijnlijk minimaal 10x hoger.
  • In Nederland overwegen jaarlijks ruim 400 000 mensen zelfdoding te plegen; bijna een kwart onderneemt een daadwerkelijke poging.
  • Van 2007 tot en met 2010 zijn er in Nederland bijna 6000 mensen door zelfdoding overleden. De werkelijke cijfers liggen waarschijnlijk hoger.
  • In de afgelopen drie jaar is het aantal zelfdodingen in ons land met 17% toegenomen.
  • Zelfdoding concentreert zich in toenemende mate in de middelbare leeftijdsgroep. Voor 15- tot 30-jarigen is het echter de belangrijkste doodsoorzaak (bijna 25%).
  • In 2008 werden 400 van de 1500 suïcides in Nederland gepleegd door 60-plussers.

Bekijk de landelijke index.

Bronnen: World Federation for Mental Health (WFMH), Wikipedia, CBS en RIVM

Bepalende factoren

Een combinatie van risicofactoren en de afwezigheid van beschermende factoren, vergroot de kans op zelfdoding.

Risicofactoren

  • Biologisch: Dysfunctionele werking van het serotonerge systeem in de hersenen, chronische ziekte en pijn.
  • Psychologisch: Laag zelfbeeld, impulsiviteit, faalangst, schaamte, agressiviteit, klein probleemoplossend vermogen, puberteit.
  • Psychiatrisch: Depressie, angst, psychose, verslaving en persoonlijkheidsstoornissen zoals schizofrenie.
  • Sociaal: Armoede, eenzaamheid, verlies van een dierbare, traumatische ervaringen zoals oorlogssituaties, seksueel misbruik of mishandeling.

Drempelverlagende factoren

  • eerder suïcidaal gedrag;
  • beschikbaarheid van de middelen om zelfdoding te plegen;
  • zelfdoding in de omgeving, van bijvoorbeeld ouders of vrienden;
  • media (kan kopieergedrag uitlokken);
  • negatieve beeldvorming en moeilijke toegankelijkheid tot geestelijke gezondheidszorg.

Beschermende factoren

Deze factoren verlagen de kans op suïcidaal gedrag. Het versterken van beschermende factoren blijkt een goede preventiestrategie.

  • Individuele kenmerken: sociale vaardigheden, hulpzoekend gedrag, normaal zelfbeeld en zelfwaarde.
  • Sociale relaties: goede relatie met vrienden en/of familie en op begrip kunnen rekenen vanuit de omgeving.
  • Cultuur: sociale integratie, zingeving, religie, mate van tolerantie van zelfdoding.

Bron: preventiezelfdoding.be en korrelatie.nl

Het suïcidaal proces

Om te begrijpen hoe iemand tot zelfdoding komt, is het belangrijk inzicht te krijgen in het proces dat voorafgaat aan zelfdoding.

Iedereen die een suïcidepoging onderneemt doorloopt onderstaande fasen. De duur van dit proces kan erg verschillen. Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde duur van het proces 2,5 jaar is. Uitzonderlijk kan het proces op enkele uren worden doorlopen.

  • Het suïcidaal proces begint met gedachten aan de dood, zoals ‘Hoe zou het zijn als ik dood was’?
  • Daarna worden deze gedachten omgezet in een doodswens: ‘Ik wil er niet meer zijn, ik wil dood’.
  • Nog een stap verder in dit proces is er de suïcidedreiging of het plan om over te gaan tot suïcide, zoals ‘Ik ga vanavond heel veel pillen nemen’.
  • De plannen en gedachten worden concreter en de kans op een suïcidepoging neemt toe.

Deze eerste fasen van het suïcidaal proces duiden we aan met suïcidale ideatie: gedachten die zich in het hoofd van de suïcidale persoon afspelen. Er is nog geen suïcidaal gedrag zichtbaar. Tijdens deze suïcidale ideatie zijn signalen door de omgeving heel moeilijk waar te nemen. Pas in een volgende fase van het proces gaat de persoon over tot een suïcidepoging. Nu zijn de gedragingen zichtbaar en makkelijker waar te nemen door de omgeving. Het gedrag kan echter de dood tot gevolg hebben. Daarom is het belangrijk om alert te zijn op de allereerste, vaak moeilijk waarneembare signalen en om deze serieus te nemen.

Niet iedereen die suïcidale gedachten heeft, pleegt zelfdoding. Het proces is dus omkeerbaar. Suïcidepreventie is daarom zinvol.

Misverstanden over suïcide

Rond zelfdoding bestaan helaas nog steeds veel misverstanden. Deze misverstanden maken het moeilijk om de hulpkreet die achter suïcidaal gedrag schuilgaat, te herkennen. Onderstaand de misverstanden op een rij.

Suïcide is een ziekte

Hoe zit het echt: suïcidaal gedrag is een uiting van lijden. Zie het als een pijnkreet. Een suïcidaal persoon zoekt naar een manier om te ontsnappen aan de ‘pijn’. Psychiatrische aandoeningen als depressie en schizofrenie kunnen suïcidale neigingen veroorzaken en onze biologische en genetische aanleg kunnen hierbij een rol spelen. Gelukkig bestaat er voor veel aandoeningen medicatie.

Suïcide is erfelijk

Hoe zit het echt: suïcide is extreem oplossingsgedrag voor een probleem. Het lijkt voor iemand de enige uitweg om uit een onleefbare situatie te ontsnappen. Dit gedrag is in zekere zin aangeleerd. Dat wordt duidelijk als je weet dat het van nabij meemaken van zelfdoding de drempel verlaagt om dit zelf ook als oplossing voor problemen te zien. Het is wel zo dat belangrijke risicofactoren onderhevig zijn aan erfelijke aanleg zoals bijvoorbeeld de aanleg tot depressie.

Iemand meent het niet echt

Hoe zit het echt: naar schatting 75% van de suïcideplegers heeft geen echte doodswens. Echter, het overgrote deel van de mensen die door zelfdoding om het leven kwam, had al eerder een poging ondernomen. Iemand die reeds een poging ondernomen heeft, heeft 150x meer kans heeft op het plegen van zelfmoord dan iemand die geen poging ondernomen heeft.

Mensen die erover praten, doen het toch niet

Hoe zit het echt: 75% van de mensen stierven door suïcide, had het vooraf bekendgemaakt. Door de doodswens ter sprake te brengen, trekt iemand aan de bel. Het bespreken van suïcidaal gedrag is één van de manieren om aan preventie te doen.

De verbetering die volgt na een poging betekent dat het risico voorbij is

Hoe zit het echt: de meeste zelfdodingen gebeuren in de maanden na een poging, terwijl het beter lijkt te gaan. Suïcidaal gedrag creëert elke keer een drempelverlaging voor een volgende stap. Het is belangrijk om na te gaan wat de persoon met dit gedrag wil bereiken zodat een nieuwe poging kan worden voorkomen.

Suïcidaal gedrag betekent dat iemand dood wil

Hoe zit het echt: een suïcidaal persoon wil niet zomaar dood, maar ziet geen mogelijkheid meer om op de huidige manier verder te leven. Vaak is het verlangen naar een ander leven sterker dan het verlangen om dood te zijn. Mensen willen met hun poging of hun zelfdoding duidelijk het signaal geven dat ze de pijn die hun situatie met zich meebrengt, niet langer aankunnen. Ze zouden wel willen leven, maar omdat ze niet langer op deze manier kunnen verder leven en omdat ze geen enkele andere manier zien om een eind aan hun lijdensweg te maken, lijkt zelfdoding de enige en laatste uitweg. De twijfel tussen niet verder willen leven, maar toch ook niet willen sterven, wordt benoemd als ambivalentie.

Suïcide gebeurt plots, impulsief

Hoe zit het echt: een suïcidaal persoon maakt een heel proces door van gedachte naar daad. Vaak is er een druppel die de emmer doet overlopen. Door de suïcidale gedachten en doodswensen ter sprake te brengen, wordt de suïcidedreiging zichtbaar en kan het suïcidaal proces tijdig worden gestopt.

Bron: preventiezelfdoding.be

Suïcidaliteit herkennen

Het zien van een signaal hoeft niet noodzakelijk op het ergste te wijzen. Er is wel reden tot ongerustheid als er meer signalen tegelijkertijd optreden en als ze blijven duren. Belangrijk is op de signalen te reageren en mogelijk aanwezige suïcidaliteit bespreekbaar te stellen. Rechtstreeks vragen naar mogelijke zelfmoordgedachten en -plannen is noodzakelijk. Lees ook verdere tips over wat te doen als hulpverlener.

Signalen

Iemand dreigt zichzelf pijn te doen of te doden. Uitspraken als ‘Ik wil dood, Ik zie het niet meer zitten’ of ‘Jullie zullen geen last meer van mij hebben’ kunnen wijzen op suïcidaliteit.
Voorbereidingen voor zelfdoding: Iemand bereidt een poging voor door bijvoorbeeld pillen te sparen, een wapen te zoeken, etc.
Afscheid nemen: Iemand schrijft een afscheidsbrief, geeft spullen weg, maakt een testament of neemt persoonlijk afscheid van vrienden en familie.
Uitingen over de dood: Iemand praat of schrijft over de dood, doodgaan of zelfmoord. Ook uitingen in tekeningen en muziek komen voor.

De volgende signalen zijn minder duidelijk, maar kunnen ook op suïcidaliteit wijzen:

  • Somberheid en depressiviteit: Iemand is al lange tijd down of depressief.
  • Hopeloosheid: Iemand is wanhopig en ziet geen oplossingen meer Het komt nooit meer goed of Ik wil niet meer. Of denk aan huilbuien zonder directe aanleiding.
  • Slaapproblemen: Iemand komt zijn bed niet meer uit of slaapt juist veel te weinig.
  • Verlies van interesse: Iemand heeft opeens geen interesse meer in dingen die hij/zij eerder wel leuk vond om te doen.
  • Gevoelloosheid: Iemand reageert niet meer op heftige emotionele gebeurtenissen, zoals het verlies van een dierbare
  • Afzondering: Iemand trekt zich terug, en heeft bijvoorbeeld geen zin meer om leuke dingen te doen met vrienden.
  • Verwaarlozing: Iemand zorgt niet meer goed voor zich zelf. Iemand let bijvoorbeeld niet meer op zijn/haar uiterlijk, of iemand eet niet of heel ongezond.
  • Roekeloos gedrag: Iemand neemt onnodig risico’s of brengt zich zelf in gevaar door bijvoorbeeld roekeloos rijden, riskant seksueel gedrag, vechtpartijen of gokken.
  • Alcohol- en drugsgebruik: Iemand gebruikt overmatig alcohol of drugs of meer dan daarvoor.

Het voorkomen van suïcide

Suïcide is het resultaat van een complexe mix van risicofactoren, karaktereigenschappen en omstandigheden. Het is niet te voorspellen wie er uiteindelijk een geslaagde poging zal doen. Je kunt zelfdoding helpen voorkomen.

Menselijk contact

Zelfdoding wordt voorafgegaan door een proces. Dit proces is niet onomkeerbaar: het kan op elk moment gestopt worden. Sommige mensen zitten echter zo sterk vast in een neerwaartse spiraal van negatieve gedachten en emoties dat het omkeren van het proces erg moeilijk wordt. Hoe dichter bij de daad, hoe moeilijker te voorkomen. Een persoon in crisis blijft openstaan voor menselijk contact. De behoefte aan communicatie blijft bestaan.

Ambivalent

De suïcidale persoon is ambivalent en blijft aarzelen tussen dood of leven. Niet alleen de wens om te sterven is aanwezig, maar tegelijkertijd ook de wens om te blijven leven. Niet meer willen leven betekent veelal: niet meer ‘op deze manier’ willen leven.

Bron: preventiezelfdoding.be

Hoe te handelen

Soms vrezen hulpverleners ‘slapende honden wakker te maken’. Men vermijdt dan het spreken over zelfdoding vanuit de vrees het aan te praten. Dit is een misvatting. Een suïcidaal persoon voelt veelal opluchting wanneer iemand ernaar vraagt. Door er rechtstreeks naar te vragen, laat u weten dat u zelfdoding geen taboe vindt en dat praten mag. Hiermee biedt u iemand perspectief. Hoe gaat u te werk?

Let op verbale en non-verbale signalen (zie ook suïcidaliteit herkennen)

Maak gedachten aan zelfdoding bespreekbaar. Probeer daarbij vooral begrip te tonen voor de wanhoop, hopeloosheid en hulpeloosheid die iemand voelt.
Maak naar aanleiding van het gesprek een inschatting van het risico dat iemand daadwerkelijk tot zelfdoding overgaat (licht, eerder ernstig, ernstig of zeer ernstig).
Onderneem actie! Dit is afhankelijk van de ernst van de situatie:

Ondersteunen

Ondersteun iemand door te luisteren en begrip te tonen. Als iemand niet wil praten, dan is er de mogelijkheid om anoniem te bellen of chatten met 113online. Telefoon (0900) 113 0 113 of ga naar 113.nl.

Hulp inschakelen

Als u de indruk krijgt dat alleen ondersteuning niet voldoende is, probeer iemand dan (via de huisarts) door te sturen naar een gespecialiseerde hulpverlener. Op deze site vind u een overzicht van de mogelijkheden die Lentis heeft. Mobiliseer ook het netwerk rondom die persoon.

Hulp in geval van crisissituatie

Neem in geval van acute nood direct contact op met de huisarts.

Wanneer praten echt niet meer helpt is het soms nodig om over te gaan tot meer ingrijpende maatregelen. Ziet u dat het niet goed gaat met iemand? Een arts of behandelaar kan ervoor zorgen dat die persoon (gedwongen) opgenomen wordt in het ziekenhuis of in een psychiatrische kliniek. Dit is een laatste redmiddel, want dit kan een erg heftige ervaring zijn voor iemand.

Bronnen: gezondheid.be, preventiezelfdoding.be, 113.nl

Wie helpt de hulpverlener

Als je vanuit je beroep als hulpverlener, docent, maatschappelijk werker, dominee of vanuit een andere professie te maken krijgt met suïcidaliteit of suïcide, dan kan dat flinke impact hebben. De confrontatie met het lijden van een ander leidt vaak tot stress en kan serieuze psychische klachten veroorzaken. Daarom is het erg belangrijk dat u in de eerste plaats aan uw eigen welbevinden denkt. Zelf stevig in uw schoenen staan is een voorwaarde voor het kunnen bieden van hulp aan anderen.

Wat kun je doen?

  • Praat met vakgenoten of collega’s over wat het met je doet. Wellicht hebben zij dezelfde ervaringen en kunnen zij je adviseren over hoe hiermee om te gaan.
  • Je kunt ook terecht bij 113.nl om te praten of chatten met een vrijwilliger. Zij bieden een luisterend oor. En zij hebben veel ervaring in het omgaan met suïcidaliteit en kunnen je daarover goed adviseren.
  • Als jouw klachten ernstige vormen aannemen aarzel dan niet om contact op te nemen met je eigen huisarts. Kijk ook wat Lentis voor je zou kunnen betekenen.

Vraag je in dit stadium wel af of je nog adequaat met hulpvragen van anderen kunt omgaan. De aandacht voor dit aspect van hulpverlening is vrij nieuw, en daarom is er op internet nog niet zoveel over te vinden. We hebben een aantal websites voor hulpverleners voor je op een rij gezet. Goede aanvullingen zijn altijd welkom!

Steun voor hulpverleners

  • De basis: dienstverlening na ingrijpende ervaringen voor mensen uit de wereld van ambulance, brandweer, defensie, openbaar vervoer en politie.
  • Fora en informatie: landelijke website voor suïcidepreventie voor hulpzoekers, naasten en professionals.
  • Gespreksgroepen België: website van Werkgroep Verder voor nabestaanden na zelfdoding met gespreksgroepen en informatie voor nabestaanden en professionals.
  • Steungroep psychiaters: geeft steun en consultatie aan collega’s die een verzoek krijgen om hulp bij zelfdoding.

Hulpverlening suicidaliteit

Het inschakelen van hulp gaat altijd via de huisarts. Deze kan doorverwijzen naar de Crisisdienst van Lentis of naar andere gespecialiseerde hulp. Hoe werkt Lentis? Lees meer over de crisishulp bij suïcidaliteit.

Procedures en richtlijnen

  • GGZ richtlijnen: MDR diagnostiek en behandeling en een toelichting voor cliënten en naasten.
  • Kwaliteitsdocument Ketenzorg bij Suïcidaliteit (Trimbos) is hier te downloaden.

Aanvullende informatie

  • 1 op de 4 mensen krijgt psychische problemen

Feedback