“Het zit in de genen, wordt vaak gezegd. Ik ben zelf ook tot die conclusie gekomen. Bij mijn vader kwam de manische depressie pas op latere leeftijd naar voren. Bij mij en bij mijn broers kwam het helaas eerder in het leven”.
Steun en onbegrip
“De hele stamboom heb ik niet onderzocht, maar het zou me niet verbazen als de psychiatrie nog vaker in onze familie naar voren kwam. In mijn vriendenkring komt manisch depressiviteit beperkt voor. Via de vereniging van manisch-depressieven VMDB heb ik wel diverse contacten met lotgenoten. Collega’s heb ik niet, omdat ik in het vrijwilligerswerk alleen werk. Dat betekent voor mij dat ik daar geen steun kan krijgen, maar ook niet wordt geconfronteerd met onbegrip. Want helaas verdiepen mensen zich niet in de ziekte of het moet henzelf betreffen.”
Relaties zijn lastiger
“Veel mensen die manisch depressief zijn staan alleen in het leven. Door hun ziekte is de relatie met partner en kinderen erg belast. Nogal eens loopt dat uit op scheiding en het verlies van de contacten met kinderen. Zelf ben ik gelukkig getrouwd, al weer vijftien jaar. Dat had ik in de periode dat ik ernstig ziek was niet verwacht. Mijn broer is alleen gebleven. Hij heeft niet iemand naast zich die in de gaten houdt hoe het gaat en ingrijpt wanneer het uit de hand loopt.”
Geloof in de mens
“Ik ben gevoelig voor manische opflakkeringen en het kooppatroon dat erbij hoort. Voor mijn man is het vermoeiend om mij dan te begeleiden. Soms heb ik extra medicatie nodig om de geest weer tot rust te krijgen. Door mijn ervaringen blijf ik altijd in mensen geloven, ook wanneer ze behoorlijk beschadigd zijn.”
Disclaimer: de ervaringsverhalen op deze site zijn van cliënten of oud-cliënten. Om privacyredenen maken we gebruik van gefingeerde namen en foto’s.