‘Het was fijn dat ik in De Brug met de verpleegkundigen en andere mensen wat kon praten.’
Sjoukje De Brug

Een opname in De Brug, het verhaal van Sjoukje

Sjoukje (75) woont op dit moment in een verzorgingshuis. Een paar jaar geleden, toen ze in De Brug (Ouderenpsychiatrie Lentis) zat, was dat niet in te denken. Het lukte Sjoukje niet meer om voor zichzelf te zorgen, omdat ze zo onzeker en depressief was. “Ik deed mijn best om te eten, maar het ging niet meer.”

Geen eetlust

“Ik had helemaal geen eetlust en woog veel te weinig. Ik belde heel veel met de huisarts. Hij zei op een gegeven moment: ‘Zo kan het niet langer. U heeft teveel zorg nodig.’ Omdat ik zo weinig at, had dat ook invloed op mijn lichaam en geest. Ik was zo onzeker en angstig. Ik kon zelfs geen kleren meer uitzoeken. Deze trui? Nee die past niet bij deze broek, toch? Ik wist het niet. Ik werd er zo druk van in mijn hoofd. Ik was vroeger heel netjes met mijzelf kleden, maar het lukte niet meer.”

Opgenomen worden

“Ik vond het heel erg om opgenomen te worden. Toen ik de andere mensen in De Brug zag dacht ik: ben ik ook al zo? En dat was zo. Ik was op dat moment geestelijk ook niet in orde. In het begin was ik bang voor de andere mensen en ook bang op mijn eigen kamer. Ik werd overal afhankelijk van. Ik zocht voortdurend mensen op in De Brug en ging dan vlak achter ze staan. Ik was zo onzeker, ik raakte er van in paniek. De psychiater vertelde me dat ik depressief was en vroeg op een keer of ik nog zin in het leven had. Ja, dat had ik nog. Als ik maar beter word. Ik leed er zo erg aan.”

Overwinning

“Er was elke week een handwerken-activiteit en ik mocht ook komen, maar ik durfde niet. Met zo’n grote groep om een tafel. Ik keek heel erg op tegen de andere mensen. Nee, ik kan daar niet bij zijn, want ik kan dat niet. Ik kreeg er een minderwaardigheidsgevoel van. ‘Je mag ook wel een keer kijken, dan helpen we je een beetje’, had een verpleegkundige een keer gezegd. En toen ben ik op een keer meegegaan en dat vond ik een grote overwinning. Op tafel lagen allemaal tijdschriften. Ook natuurbladen met mooie vergezichten en vogels. We mochten plaatjes uitknippen met een kartelschaar en die op een kaart plakken. Ik merkte opeens dat ik weer een beetje kon genieten van iets. Die zelfgemaakte ansichtkaart heb ik nog steeds. Die kaart betekent voor mij heel veel. Ik had weer de zelfverzekerdheid om wat te maken. Ik had toen niet verwacht dat ik dat ooit zou kunnen.”

De verpleegkundigen

“Ik had een heel fijne persoonlijk begeleider, die in het begin fotolijstjes ophing in mijn kamer om het wat eigener te maken. De lichamelijke verzorging was ook ontzettend goed. Het was fijn dat ik in De Brug met de verpleegkundigen en mensen wat kon praten. Door de gesprekken met mijn persoonlijk begeleider en de activiteiten in De Brug kon ik weer rust in mijn lijf vinden en ik merkte dat ik weer plezier kreeg in het leven. Met eten ging het ook steeds beter. In De Brug kreeg ik op advies van de diëtiste nutridrink, vieze zoete drankjes, om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Op een gegeven moment kon ik Brinta gaan eten. Dat gebruik ik nu nog. Maar soms neem ik nu ook wel een broodje.”

Verzorgingshuis

“Ik ben op een keer met mijn neef en nicht naar mijn zus gegaan, die in een verzorgingshuis zit. Zij zeiden: ‘Als je wil, heb je nu een kans, want er komt hier een kamer vrij’. Ik merkte dat ik er aan toe was en de verpleging vond ook dat ik ontzettend was opgeknapt. Ik moest er even over nadenken, want ik was ook wel gehecht geraakt aan een aantal mensen op De Brug. Ook was ik bang om misschien terug te vallen. Ik ben toen met iemand van De Brug nogmaals wezen kijken in het verzorgingshuis. En toen dacht ik: ik ga het doen. Ik zie mijn zus nu iedere dag en elke zondag gaan we samen naar de kerk. Het is heel fijn om nu zo dicht bij familie te wonen. Daarbij is de nazorg van Lentis heel fijn. Laatst kwam een verpleegkundige op bezoek om te kijken hoe het met me gaat. Ze wist dat ik gevoelig ben voor de winter en daar vroeg ze naar. Dat vind ik heel mooi. In de donkere maanden moet ik mezelf wat meer bezig houden.”
 

 

Feedback