“Ik ging alleen nog maar de deur uit om even mijn hondje uit te laten.”
Oude vrouw in park

Wonen in De Brug van Lentis, het verhaal van Anneke

Anneke (71) weet goed hoe het is om opgenomen te worden. Op haar 54e verloor ze haar man aan kanker en raakte ze depressief. Ze had drie jaar intensief voor hem gezorgd. Toen hij stierf, stortte ze in. Zelfs het idee aan zelfmoord spookte door haar hoofd. Anneke nam het moedige besluit om een jaar opgenomen te worden. Tegenwoordig woont ze in De Brug in Delfzijl, omdat ze weer toenemend depressief werd.

Nergens meer zin in

“Toen mijn man ziek werd, waren we net van Amsterdam naar Lelystad verhuisd. Ik heb daar drie jaar lang voor mijn man gezorgd. Ik hielp hem met alles en deed elke dag de boodschappen. Er was daardoor helemaal geen tijd om nieuwe mensen te leren kennen in Lelystad. Toen hij overleed, was ik opeens alleen. Ik heb geen kinderen en mijn broers en zussen woonden in Appingedam. Met de buren had ik wel goed contact hoor, maar dat was een jong gezin met kleine kinderen. Die zijn altijd bezig. Ik was ook zo moe na zijn overlijden, ik raakte overspannen. Ik ging alleen nog maar de deur uit om even mijn hondje uit te laten. Verder had ik nergens meer zin meer. Soms dacht ik aan zelfmoord. Ik ben na een aantal weken naar de huisarts gegaan en vertelde hem dat ik het niet meer zag zitten. Toen hebben we besloten dat het goed was dat ik opgenomen werd. Maar dan wel in Groningen, waar mijn familie woont.”

Behandeling

“Ik ben toen een jaar opgenomen in Wagenborgen. Daar vond ik het in het begin vreselijk. Ik moest erg wennen aan de discipline: je moest al om 9 uur ’s avonds naar bed en er om half 8 al weer uit. Dat was best streng. Ik deed verplicht mee aan de activiteiten, zoals knutselen, breien en gymnastiek. Een keer in de week sprak ik met de psychiater. Dat was een heel aardige man, dat was heel fijn. Hij heeft me er echt bovenop geholpen. Na een jaar merkten we allebei dat het weer beter met me ging en dat ik weer zin had om bijvoorbeeld te koken of om een beetje schoon te maken. Ik was sterk genoeg om weer zelfstandig te gaan wonen.”

Beschermd Wonen

“Ik zei wel tegen de psychiater dat ik niet meer alleen wilde wonen, daarom hebben ze Beschermd Wonen voor me ingeschakeld. Ik kreeg mijn eigen flatje in Delfzijl en m’n hondje en poes konden ook mee. Elke ochtend en avond was er in de gezamenlijke woonkamer een ‘inloop’ met koffie en daar ging ik graag heen. Ik had weer zin om contact te maken met mensen.”

Niet goed meer voor mezelf zorgen

“Ik heb ruim tien jaar prettig gewoond bij Beschermd Wonen, maar op een gegeven moment kon ik niet meer voor mezelf zorgen. Ik vergat wel eens mijn medicijnen in te nemen en het lopen naar de supermarkt ging ook steeds moeilijker. Ik verwaarloosde mezelf en merkte dat ik weer toenemend depressief werd. Toen ben ik opgenomen in De Brug in Delfzijl, wat ik in het begin verschrikkelijk vond. Ik schrok van sommige andere mensen, die er slechter aan toe waren dan ik. Ik had ook geen zin om met de groepsactiviteiten mee te doen. Alles voelde vreemd en ik had geen zin om tussen de mensen te zitten daar. Op een gegeven moment vroeg een verpleegkundige of ik mee kwam doen. Dat heb ik gedaan en inmiddels wende ik beetje bij beetje.”

Zin om te babbelen

“Inmiddels heb ik het goed hier en is het fijn wonen. Het enige wat ik echt mis is af en toe een uitstapje. Ik zou graag weer eens willen shoppen. Ik ga af en toe wel mee boodschappen doen voor de kookgroep, waar ik zelf ook graag aan deelneem. Daarnaast doe ik drie keer in de week mee aan handwerken en gymnastiek. We hebben laatst een leuke herfsttafel gemaakt met paddenstoelen en grote bladeren die we hebben beschilderd. Als je een keer geen zin hebt om mee te doen met handwerken, mag je ook gewoon kijken. Er zijn hier nu ook twee nieuwe dames van in de zestig waar ik goed mee kan babbelen, dat is heel leuk. Ook ga ik nog twee keer in de week met de taxi naar de ‘inloop’ van Beschermd Wonen om daar koffie te drinken met een goede vriend.”
 

 

Feedback