Onderzoek bij Volwassenen

Hier onder kun je lezen welke onderzoeken momenteel uitgevoerd worden bij of in samenwerking met Lentis Volwassenenpsychiatrie.

TOPGGz keurmerk erkendEen groot deel van deze onderzoeken wordt uitgevoerd binnen het TOPGGz Zorgprogramma Psychosen Groningen van Lentis. TOPGGz betekent dat er hooggespecialiseerde zorg wordt geleverd aan mensen met een psychotische stoornis, in combinatie met wetenschappelijk onderzoek en innovatieve behandelingen. Ook wordt door de medewerkers van het zorgprogramma veel aandacht besteed aan de verspreiding van kennis over psychotische stoornissen.

Het HospitalitY Project

Een eerste psychose openbaart zich veelal in de adolescentiefase. Hierdoor worden jonge mensen die nog volop in de opbouwfase van hun sociale leven staan, ernstig beperkt in hun (sociaal) functioneren. Het vroege begin, de bijbehorende psychotische klachten en het chronische karakter van de ziekte kunnen leiden tot een sociaal isolement en verminderde zelfredzaamheid. HY richt zich op herstel van sociaal netwerk en de zelfredzaamheid van mensen met een psychotische aandoening. In de HY interventie wordt lotgenotencontact gecombineerd met het trainen van ADL en sociale vaardigheden ‘on the spot’. Het is een interventie die plaatsvindt in de eigen leefomgeving van de patiënt, daar waar de patiënt de vaardigheden nodig heeft. Hij of zij organiseert een etentje voor lotgenoten. De verpleegkundige begeleidt in de voorbereiding de patiënt bij vaardigheden of taken die nodig zijn voor een geslaagd etentje. Denk hierbij aan bijvoorbeeld huishouden of koken. Het gezamenlijk eten biedt de mogelijkheid tot lotgenotencontact waarbij gewerkt wordt volgens  de hiervoor ontwikkelde methodiek. De HY interventie wordt ontwikkeld vanuit een herstelgerichte visie waarbij persoonlijk herstel op voorgrond staat.

Over het HY-project is een film gemaakt door Bas Labruyère. Bekijk hier de trailer van de film:

Meer informatie: js.vogel@lentis.nl

Website: www.hyproject.net

Cognitieve Adaptatie Training (CAT)

Door cognitieve problemen hebben veel patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening moeite met het overzien van de dag, vergeten dingen snel of raken snel afgeleid, of vinden het moeilijk om ergens aan te beginnen. CAT maakt gebruik van hulpmiddelen om deze cognitieve problemen te omzeilen, wat het uitvoeren van de dagelijkse activiteiten makkelijker maakt. Zo herinnert een ingesproken wekker iemand eraan om te gaan douchen en schone kleding aan te trekken, of lukt het iemand om met stapsgewijze geschreven instructies zelf een gezonde maaltijd klaar te maken. CAT heeft een individuele benadering: de interventies worden afgestemd op de individuele problemen en wensen van de patiënt. Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat CAT het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven verbetert van schizofreniepatiënten die zelfstandig wonen. We verwachten dat CAT ook bij patiënten die langdurig zijn opgenomen het functioneren en welzijn verbetert. In september 2013 zijn we van start gegaan met het onderzoek op de afdeling Langdurige Rehabilitatie in Zuidlaren. In 2015 zullen de laatste metingen voor het onderzoek plaatsvinden.

Treatment-E-Assist (TREAT)

 

ROM-Phamous is een jaarlijkse screening voor patiënten met een psychotische stoornis. Tijdens deze screening worden allerlei zorggebieden in kaart gebracht, waaronder positieve en negatieve symptomen, bijwerkingen van medicatie, kwaliteit van leven, psychosociaal functioneren en lichamelijke gezondheid. ROM-Phamous levert veel bruikbare informatie op over het ziektebeloop van patiënten en kan daardoor helpen bij het vormgeven van de behandeling. Uit onderzoek binnen Lentis blijkt echter dat ROM-uitkomsten nog niet altijd optimaal worden gebruikt voor de behandeling. De uitkomsten blijken moeilijk te interpreteren en behandelaren geven aan te weinig tijd te hebben. Het TREAT-project heeft als doel dit proces makkelijker te maken.

TREAT (Treatment-E-Assist) is een digitaal hulpmiddel dat uitkomsten van ROM-Phamous verwerkt en behandeladviezen genereert voor gevonden problemen bij een individuele patiënt. TREAT is bedoeld voor behandelaren van patiënten met een psychotische stoornis. De behandeladviezen zijn gebaseerd op de Multidisciplinaire Richtlijn Schizofrenie en een consensus over adequate psychosenzorg onder professionals. TREAT kan behandelaren ondersteuning bieden bij de interpretatie van ROM-uitkomsten en de toepassing van informatie uit behandelrichtlijnen. De ontwikkeling en resultaten van het pilotonderzoek naar TREAT zijn in 2018 gepubliceerd (Tasma e.a., 2018). De verwachting is dat TREAT op lange termijn leidt tot betere behandeluitkomsten voor de patiënt. In hoeverre TREAT de zorg kan verbeteren, wordt op dit moment onderzocht middels een grootschalig onderzoek in meerdere GGz-instellingen.

Meer informatie: lo.roebroek@lentis.nl

De Apathiestudie

Apathie

Apathie kan omschreven worden als gevoelens van lusteloosheid, een gebrek aan initiatief, een verminderd gevoel van plezier, maar ook concentratie- of aandachtsproblemen. Mensen met schizofrenie hebben vaak last van apathie. Binnen de Apathiestudie onderzoeken we mogelijke behandelingen voor apathie, maar ook wordt onderzocht hoe apathie in de hersenen werkt.

Behandeling

De mogelijkheden voor behandeling van apathie zijn zeer beperkt. Deze studie is bedoeld om Transcraniële Magnetische Stimulatie (TMS) als behandeling voor apathie bij mensen met schizofrenie te onderzoeken. De behandeling vindt plaats gedurende een periode van 2 weken en wordt gegeven op werkdagen. Eén keer per dag, 6 minuten lang. Daarnaast wordt er voor en na de behandeling een MRI-scan gemaakt van de hersenen om te bekijken welke onderzoeksdeelnemers het meeste baat kunnen hebben bij behandelingen met TMS.

Hersenonderzoek met MRI

In klinisch onderzoek is een onderscheid gemaakt tussen cognitieve apathie  en sociaal- emotionele apathie. Bij cognitieve apathie heeft men moeite met initiatief en het opstarten van dingen; mensen lijken als het ware de ‘startknop’ niet te kunnen vinden. Mensen met sociaal-emotionele apathie lijken minder voorpret te beleven wanneer ze leuke of nuttige dingen in het vooruitzicht hebben, waardoor ze moeilijker op gang komen. Beide vormen van apathie resulteren in een vermindering van doelgericht gedrag, maar worden misschien op een andere manier in de hersenen veroorzaakt.

De Apathiestudie wordt uitgevoerd door het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) in nauwe samenwerking met Lentis. Voor meer informatie over de Apathiestudie, kun je kijken op apathiestudie.wordpress.com. Hier is ook een korte informatiefilm te zien.

 

Fact Ervaringsdeskundigen Onderzoek

Tot op heden bestaat er geen handleiding voor het specifieke werk van een ervaringsdeskundige in een FACT team, terwijl er duidelijk behoefte aan is. Daarnaast hoort elk FACT-team een ervaringswerker te hebben. Dit is de aanleiding geweest om een onderzoek op te zetten rondom ervaringswerkers in FACT-teams, het ‘Fact ErvaringsDeskundigen OnderZoek’ (FEDOZ). Door ervaringsdeskundigen zelf te vragen over hun werkzaamheden, wordt een goed beeld verkregen van ervaringswerk anno 2014. Wat gaat goed? Welke verbeterpunten zijn er?
 
Het onderzoek is een initiatief van drs. Jacqueline Cambier (Ervaringswerker F-ACT/onderzoeker) en dr. Stynke Castelein (senior onderzoeker, Lentis Research), beide werkzaam bij Lentis in Groningen. Het wordt ondersteund door F-ACT Nederland en het Kenniscentrum Phrenos (prof.dr. Jaap Van Weeghel en mw. Dienke Boertien). Het onderzoek wordt landelijk afgenomen. De resultaten worden in een nieuwsbrief en/of wetenschappelijk artikel gepubliceerd.
 
Voor vragen kunt u terecht bij:
Mw. drs. Jacqueline Cambier,
Ervaringswerker F-ACT/onderzoeker/ medewerker Bureau Ervaringsdeskundigheid Lentis (BEL)
Telefonisch te bereiken op: 06-10638768 of per mail: j.cambier@lentis.nl

Het VOICE-onderzoek

In de GGZ is de therapeutische relatie van groot belang voor herstel- en behandeluitkomsten. In het VOICE onderzoek (Valuing Opinions in Communication Experiences) zal daarom worden gekeken welke aspecten samenhangen met deze therapeutische relatie. Er wordt als het ware een ‘stem’ gegeven aan allen die meer inzicht kunnen geven in de therapeutische relatie tussen GGz hulpverleners en mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA). Het doel is om kennis te verzamelen die de basis kan vormen voor het ontwikkelen van interventies die erop gericht zijn de therapeutische relatie te verbeteren.

Er zal worden onderzocht of aspecten als stigma, gezamenlijke besluitvorming (shared-decision making) en herstelbevordering samenhangen met de tevredenheid over de therapeutische relatie. Het unieke aan het VOICE onderzoek is, dat de therapeutische relatie zal worden bekeken vanuit drie perspectieven, namelijk: ervaringswerkers, andere zorgverleners en cliënten. Op deze manier krijgen we een volledig beeld van mogelijke factoren die deze relatie kunnen beïnvloeden, wat kan leiden tot behandelinzichten en interventies die de therapeutische relatie kunnen verbeteren.

De hoop is dat de kennis uit dit onderzoek kan worden omgezet in behandelrichtlijnen die hulpverleners meer houvast zullen bieden bij het creëren van een kwalitatief goede therapeutische relatie. Dit kan zorgen voor een beter resultaat van de behandeling en een beter herstel.

Onderzoekers prof. dr. Stynke Castelein, dr. Jojanneke Bruins en dr. Jorien van der Velde hebben in samenwerking met prof. dr. Phillippe Delespaul uit Maastricht een grote onderzoeksubsidie toegekend gekregen van Stichting Tot Steun VCVGZ voor het VOICE project. In september 2018 begint dr. Steven de Jong als senior onderzoeker bij Lentis Research om het VOICE project uit te voeren.

Meer informatie: j.bruins@lentis.nl

Samen voor herstel

Een nieuwe manier om de zorg rondom een persoon met een ernstige psychiatrische aandoening te organiseren is de GRACT-methode, de Groningse Resource Assertive Community Treatment. De patiënt stelt hierbij zelf een steungroep samen die regelmatig samenkomt en de hersteldoelen ondersteunt. Aan deze steungroepen kunnen zowel familie en naastbetrokkenen als hulpverleners deelnemen. De personen met psychische problemen bepalen zelf wat hun hersteldoelen zijn en wie er in de steungroep zitten.

In de pilot “Samen voor Herstel” wordt onderzocht wat de effecten zijn van deze methode vergeleken met de gebruikelijke zorg. Hiervoor worden de voor- en nameting van de 25 deelnemers aan de samen voor herstel pilot vergeleken met die van een overeenkomende controlegroep.

Meer informatie: c.slofstra@lentis.nl

Voices, Attachment & Trauma (VAT)

In het VAT onderzoek kijken we naar verschillende factoren die het herstel van mensen met een psychotische kwetsbaarheid bevorderen en belemmeren. VAT staat voor Voices, Attachment & Trauma (stemmen, hechting en trauma): drie van de factoren die we in het onderzoek meenemen. Deelnemers krijgen vragen over hoe ze tegen bepaalde zaken aankijken (zoals reacties van mensen uit de omgeving), hun eigen ervaringen, omstandigheden (zoals wonen en werken) en over de klachten die ze misschien hebben (zoals bijvoorbeeld het horen van stemmen). We onderzoeken hoe verschillende factoren met elkaar verbonden zijn en hoe zij elkaar kunnen beïnvloeden. Dit kan ons helpen om betere, herstelondersteunende zorg te verlenen aan mensen met een psychotische kwetsbaarheid.

Deelnemers doen drie keer mee aan een meting in een jaar tijd: bij 0, 6 en 12 maanden. Mensen kunnen meedoen wanneer ze 18 jaar of ouder zijn, een diagnose hebben in het psychosespectrum, zich goed kunnen uitdrukken in de Nederlandse taal en niet zijn opgenomen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de hoofdonderzoeker: j.bruins@lentis.nl.

  • 1 op de 4 mensen krijgt psychische problemen

Feedback