‘Ik wist dat ik het op eigen kracht niet zou redden.’
Jonge vrouw met anorexia

De behandeling van anorexia, het verhaal van Rosa

Een aantal maanden geleden begon ik met ambulante therapie bij PsyQ in Groningen. Wekelijks had ik gesprekken met een psycholoog die mij hielp om mijn gedachten en angsten te relativeren en tot de kern van mijn eetstoornis door te dringen.

Ook had ik elke week een afspraak met een diëtiste om weer een gezond eetpatroon te krijgen en door te kunnen groeien naar een gezond gewicht. Helaas bleek deze vorm van hulpverlening voor mij niet genoeg en werd ik voor een ontzettend moeilijke keuze gesteld: óf ik koos voor een klinische opname, óf de behandeling zou compleet worden stopgezet en ik zou het verder op eigen kracht moeten doen.

Bang

Ik was radeloos: ik wist dat ik het op eigen kracht niet zou redden, want met de hulp die ik tot op dat moment had gekregen was het me ook niet gelukt. Echter, alleen al de gedachte aan de kliniek maakte dat ik compleet dichtsloeg: ik was bang, héél erg bang. In de kliniek moest ik meer gaan eten en naar een gezond gewicht toe werken, maar wat nou als ik me dan nog steeds rot zou voelen? Wat nou als de negatieve gedachtes en de onzekerheid niet weg zouden gaan? Tot op het allerlaatste moment heb ik getwijfeld of ik het wel of niet zou doen, maar diep van binnen wist ik dat dit mijn enige optie was, want zelf kwam ik er niet uit…

De sprong gewaagd

Nu, enkele weken na mijn ontslag, ben ik ontzettend blij dat ik de sprong heb gewaagd. Ik kan oprecht zeggen dat de keuze om opgenomen te worden één van de beste beslissingen was die ik in mijn hele leven heb genomen! Voor degenen die een klinische opname bij Lentis/PsyQ Groningen overwegen zal ik hieronder wat meer informatie geven over de behandeling en over mijn persoonlijke ervaringen in de kliniek.

In de kliniek

Voorafgaand aan mijn opname had ik een eerste intakegesprek met de hoofdbehandelaar. Hij stelde mij veel vragen over mijzelf, mijn thuissituatie, mijn eetstoornis, etc. om zo mijn problemen in kaart te brengen. Vervolgens stelden we samen een behandelplan op en namen we de regels binnen de kliniek door. Hierna volgde een rondleiding door de kliniek en een kennismaking met de groep, en binnen twee weken volgde mijn daadwerkelijke opname. De periode tussen mijn intakegesprek en mijn opname vond ik echt verschrikkelijk. De kliniek hing als een dikke donderwolk boven mijn hoofd en ik was doodsbang. Achteraf ben ik ontzettend blij dat ik al binnen twee weken bij Lentis terecht kon, want ik weet niet hoe ik het gered zou hebben als ik nog enkele maanden op die manier had moeten doorsukkelen.

Eetlijst

Aan het begin van mijn opname had ik een gesprek met een arts en een diëtiste. De arts onderzocht of mijn lichaam nog goed functioneerde, keek of ik eventueel nog aanvullende vitamines moest nemen, en stelde vast wat mijn minimale gezonde gewicht was bij mijn lengte. Met de diëtiste stelde ik een opbouwlijst op, gebaseerd op mijn voedingstoestand op dat moment. Het was de bedoeling om binnen twee à drie weken naar een volledige eetlijst toe te werken, en vanaf dat moment op een gezonde manier minimaal vijf ons per week aan te komen. Elke maandag werden we allemaal gewogen, en als het je een week niet was gelukt om vijf ons te groeien werd er gekeken of je eetlijst wellicht moest worden opgehoogd.

Aankomen

Persoonlijk vond ik het aankomen minder eng dan ik van tevoren had gedacht, maar het feit dat ik niet kon voorspellen hoeveel ik was gegroeid zorgde wél voor veel frustratie: de ene keer lukte het bijvoorbeeld wel, maar de week daarop zat er maar één ons bij, terwijl ik niet minder of anders had gegeten! Kortom, ik voelde me nogal gefrustreerd en verward, maar het was fijn dat ik deze gevoelens met de sociotherapeuten en de groepsleden kon delen.

Regels rondom de eetmomenten

In de kliniek waren veel regels waar we ons allemaal aan moesten houden. Zo waren er elke dag vaste eetmomenten en diende iedereen op tijd aan tafel te zitten. Dit was voornamelijk om de rust en het overzicht te bewaren. Om acht uur ’s ochtends werd er gezamelijk ontbeten, om half elf was er koffie of thee met een koekje, om half een ‘s middags werd er met z’n allen geluncht, om drie uur ’s middags was het tijd voor koffie of thee met een koekje en een stukje fruit, om kwart voor zes werd er warm gegeten, om acht uur ’s avonds was er weer koffie en thee met een koek, en om half tien ’s avonds was het tijd voor een laatste stukje fruit en een glaasje fris.

Steun

Voor elke hoofdmaaltijd had je dertig minuten de tijd, daarna moest je bord leeg zijn. Ik weet nog dat ik het in het begin ontzettend moeilijk vond om binnen de tijd klaar te zijn, maar na een paar weken had ik vaak binnen twintig minuutjes mijn bord al leeg! Na de hoofdmaaltijden was er verplicht dertig minuten uitbuik-tijd. Je moest dan rustig in de huiskamer gaan zitten en mocht gedurende die tijd niet alleen zijn, ook niet om even naar de wc te gaan. De bedoeling van het uitbuiken was om weer te leren wennen aan het volle gevoel na een maaltijd en om te voorkomen dat mensen overmatig gingen bewegen of braken na de maaltijd. Ook was er bij elk eetmoment minimaal één sociotherapeut aanwezig. Natuurlijk controleerden ze of je netjes je eten op at, maar ze waren er ook om steun te bieden op momenten dat je het moeilijk had. Persoonlijk vond ik de socio’s streng maar rechtvaardig. Ik dacht van tevoren dat ik hun adviezen als betuttelend zou ervaren – “Ik weet heus wel hoeveel jam ik op mijn broodje moet smeren!” – maar eigenlijk waren ze vooral lief en behulpzaam, en probeerden ze opmerkingen over het eten altijd op een luchtige manier te brengen.

Ontbijt en lunch

Bij het ontbijt en de lunch was het voor de mensen die op een volledige lijst zaten de bedoeling dat je minstens één boterham met kaas, één boterham met vleesbeleg, en één boterham met zoet beleg nam. Wél mocht je binnen die categorieën zelf beslissen wat je op je brood deed en mocht je zelf je brood smeren. Ook mocht je zelf kiezen of je liever een glas melk of karnemelk wilde. Al het hartige beleg zat in portieverpakkingen in bakken, en iedereen had een eigen kuipje boter bij z’n bord staan. Dit was om te voorkomen dat er ontzettend veel heen-en-weer werd doorgegeven aan tafel. Ik moest in het begin wel even wennen aan al die regeltjes aan de eettafel, maar later werd het eigenlijk heel normaal. Ook was er aan tafel wel gelegenheid om een beetje met elkaar te dollen; regelmatig vloog er een bak met vleesbeleg door de lucht in plaats van dat we die netjes naar elkaar doorgaven!

Samen koken

Op maandag was er een avondmaaltijd uit de centrale keuken, maar op dinsdag, woensdag en donderdag werd er gekookt door leden uit de groep. Op die manier leerde je hoe je zelf een gezonde en verantwoorde maaltijd klaar te maken. Tevens was het natuurlijk fijn om af en toe zelf iets klaar te kunnen maken wat je écht lekker vond! Voorafgaand aan de avondmaaltijd werd er een voorbeeldbord gemaakt met een normale portie avondeten, en vervolgens schepte iedereen voor zichzelf een bord op met een vergelijkbare hoeveelheid. Na de avondmaaltijd was het tijd voor de dagsluiting. Tijdens de dagsluiting konden alle groepsleden aangeven hoe hun dag was geweest, wat ze moeilijk vonden, en of ze nog behoefte hadden aan een gesprekje met een van de socio’s of juist liever even met rust gelaten wilde worden.

Uitdaging

Tot slot waren er nog een aantal wekelijks terugkerende uitdagingen. Zo was er elke dinsdagavond een speciale traktatie die twee groepsleden mochten voorbereiden. De ene keer was het een stukje boterkoek, de andere keer een muffin, etc. In ieder geval was het altijd iets wat we allemaal toch wel een beetje “eng” vonden. Ik weet nog dat ik het de eerste keer echt verschrikkelijk vond en met tranen in mijn ogen een stuk appeltaart naar binnen probeerde te werken. Gelukkig kostte het me vanaf dat moment steeds minder moeite en kon ik de laatste weken ook echt genieten van de traktatie!
Verder hadden we elke donderdag broodjesuitdaging. De ene week kregen we dan een bolletje of een krentebol bij de lunch in plaats van een gewone boterham, en de andere week mochten twee groepsleden een uitdaging verzinnen: een worstenbroodje, een croissantje, etc.

Het weekend

In principe ging iedereen in het weekend naar huis. Op vrijdag kon je vanaf half twee naar huis, en op zondag kon je vanaf vier uur ’s middags weer terecht in de kliniek. Je kon er ook voor kiezen om zondag pas ’s avonds terug te komen, zolang je maar vóór half elf ’s avonds weer binnen was. Gedurende de eerste weken was het wél de bedoeling dat je in het weekend niet alleen was en niet alleen reisde. Zelf ging ik dan naar mijn ouders of ik vroeg een vriendin om bij mij te komen logeren. Dit is om ervoor te zorgen dat je je ook in het weekend aan de eetlijst houdt en niet gelijk terugvalt in oude gewoontes.
Ik vond de weekenden eigenlijk heel dubbel. Het voelde goed om even weg te zijn uit de kliniek en weer deel te nemen aan het “gewone” leven. De focus lag even niet op het eten, en dat vond ik heel erg fijn! Echter, soms was het moeilijk om de structuur van de eetmomenten vast te houden, en het kwam ook wel voor dat ik me onzeker ging voelen over wat ik at omdat mensen om mij heen “anders” aten dan ik – een probleem waar ik doordeweeks in de kliniek geen last van had.

Therapieën

Naast de vaste eetmomenten waren de dagen in de kliniek gevuld met verschillende therapieën. Op maandag was er bijvoorbeeld Weekendplan, waarbij je kon bespreken hoe het afgelopen weekend was verlopen, of een plan kon maken voor het komende weekend. Je kon dan aangeven wat jouw valkuilen waren, en proberen manieren te bedenken om niet in deze valkuilen te trappen. De socio’s en de groepsleden hielpen je daarbij en konden oplossingen aandragen voor problemen waar je zelf niet uitkwam. Wanneer je het bijvoorbeeld moeilijk vond om in het weekend de structuur van de kliniek aan te houden, dan kon je afspreken om elke dag even met een groepslid of een socio te bellen, of om je eetlijst thuis op de koelkast te plakken zodat je ouders of huisgenoten je konden aanspreken op je eetgedrag wanneer je de neiging had om bepaalde dingen van je lijst te skippen.

Praten

Een andere therapie was Psycho-Socio Groep, waarbij je in het bijzijn van een psycholoog en een sociotherapeut dingen besprak waar je mee zit, of dat nou wel of niet direct eet-gerelateerd was. Enkele thema’s die gedurende mijn verblijf aan bod zijn gekomen zijn ouders, onzekerheid, eenzaamheid, sociale contacten, etc.
Zo waren er ontzettend veel verschillende therapieën, bijvoorbeeld Eetdagboek, Cognitieve Gedrags Therapie, en Voedingsvoorlichting, waarbij de diëtiste langskwam om al onze vragen omtrent gezonde voeding te beantwoorden. Een ander onderdeel waar ik persoonlijk veel aan heb gehad was Psycho-Motorische Therapie (PMT). Het doel van deze therapie was om een realistischer beeld van je lichaam te krijgen, bijvoorbeeld door te spiegelen. Door PMT kwam ik er achter dat de manier waarop ik mijn lichaam zag niet objectief was, en eigenlijk voornamelijk afhing van hoe ik me op dat moment voelde.

Mijn ervaring met Lentis/PsyQ

Over het algemeen kijk ik héél positief terug op mijn opname. In het begin moest ik natuurlijk ontzettend wennen en was alles nieuw en eng, maar toen ik eenmaal mijn plekje binnen de groep had gevonden en wat meer gewend was geraakt aan de regels en het eten viel het me ontzettend mee. Natuurlijk waren er veel moeilijke momenten, maar het hielp dat ik steun kreeg van de groep en van de socio’s. Ik vond veel herkenning in de groep, en had ook echt het gevoel dat ik welkom was en dat ik er mocht zijn!

Motivatie

In vergelijking met andere instellingen lag bij Lentis de nadruk erg op eigen verantwoordelijkheid en motivatie. Er mag veel, maar er wordt wél van je verwacht dat je meewerkt en je aan de regels houdt. Ik vond dit erg prettig, omdat het mij stimuleerde om zelf de verantwoordelijkheid te nemen en tegen mijn eetstoornis in te gaan. Desalniettemin denk ik niet dat deze aanpak voor iedereen geschikt is: je moet écht bereid zijn actief mee te doen met de therapieën en zelf stappen te nemen om je eetstoornis te overwinnen.

Meer dan waard

Aan degenen die op dit moment nog twijfelen over een opname: laat je niet leiden door angst. Het is doodeng, ik weet het, maar het is het allemaal meer dan waard! Ik heb in de kliniek zoveel stappen gezet die ik hiervoor niet mogelijk achtte! Ga je angsten aan, want alleen door te ervaren kom je stapje voor stapje en hapje voor hapje dichter bij een eetstoornis-vrij leven!

Bekijk alle ervaringsverhalen

Feedback